Examenfraude

Wordt beschouwd als examenfraude:
Elk gedrag van een student in het kader van een examen of de organisatie daarvan waardoor de student het geheel of gedeeltelijk onmogelijk maakt of tracht te maken om een juist oordeel te vormen over de kennis, het inzicht en/of de vaardigheden van zichzelf dan wel van andere studenten.
Plagiaat valt onder bovenstaande omschrijving.

Als een onregelmatigheid bij een examen wordt vastgesteld en de examentuchtcommissie oordeelt dat die onregelmatigheid als examenfraude moet worden beschouwd, dan leidt dit tot een sanctie.

Deze definitie vind je terug in art. 21.1 van het onderwijs- en examenreglement.

  • Vaststelling van een onregelmatigheid

    Wanneer wordt vastgesteld dat een student tijdens een examen onregelmatigheden pleegt:

    • wordt de student van die vaststelling verwittigd;
    • worden de hulpmiddelen die de student ten onrechte voor gebruik beschikbaar heeft, en alle examendocumenten in beslag genomen;
    • krijgt de student een nieuwe examenkopij en kan hij zijn examen verderzetten. De examinator beoordeelt achteraf de twee afgegeven examenkopijen. In geval van een examen in de digitale toetsomgeving wordt het tijdstip van vaststelling genoteerd, evenals de reeds beantwoorde examenvragen, en zet de student het examen verder voor wat betreft de nog niet beantwoorde examenvragen;
    • brengt de vaststeller de voorzitter van de examencommissie zo snel als mogelijk en ten laatste een dag na de vaststelling op de hoogte van de relevante gegevens onder de vorm van een schriftelijk verslag;
    • bezorgt de vaststeller een kopie van het verslag aan de ombuds.

    Wanneer een onregelmatigheid wordt vastgesteld tijdens of na de evaluatie van een examen of een praktische opdracht:

    • brengt de examinator de voorzitter van de examencommissie en de ombuds zo snel als mogelijk en ten laatste een dag na de dag van de vaststelling schriftelijk op de hoogte van de mogelijke onregelmatigheid;
    • worden de relevante stukken toegevoegd aan het verslag;
    • brengt de voorzitter van de examencommissie de student schriftelijk op de hoogte.

    Het hoorrecht bij de vaststelling van een onregelmatigheid
    De student bij wie een onregelmatigheid wordt vastgesteld bij een examen (schriftelijk examen, digitaal examen, mondeling examen, toetsen, opdrachten, taken en scripties), wordt gehoord door de voorzitter van de examencommissie of diens plaatsvervanger, in aanwezigheid van diegene die de onregelmatigheid vaststelde en de ombuds.
    De student wordt gehoord binnen een termijn van 9 kalenderdagen, ingaand na de vaststelling van de onregelmatigheid. Indien binnen deze termijn een vakantieperiode aanvangt, dan wordt de termijn verlengd met de duur van de vakantie.
    Van het horen van de student wordt een schriftelijke neerslag gemaakt, die wordt ondertekend door de student en wordt toegevoegd aan het dossier.
    Na het horen roept de voorzitter een examentuchtcommissie samen, tenzij hij op gemotiveerde wijze beslist om dit niet te doen en om de examentuchtprocedure stop te zetten.

    In art. 21.2 en art. 21.3 van het onderwijs- en examenreglement lees je meer over (het hoorrecht bij) de vaststelling van een onregelmatigheid.

  • Onderzoek door de examentuchtcommissie

    Een examentuchtcommissie onderzoekt de ten laste gelegde feiten en oordeelt of de onregelmatigheid als examenfraude wordt beschouwd.
    De examentuchtcommissie bestaat uit 3 stemgerechtigde leden van de examencommissie die niet betrokken zijn bij de vastgestelde onregelmatigheid of hun vervangers. De voorzitter duidt de stemgerechtigde leden aan. Daarnaast bestaat de examentuchtcommissie uit volgende niet-stemgerechtigde leden:

    • de voorzitter van de examencommissie die als voorzitter van de examentuchtcommissie optreedt;
    • de secretaris van de examencommissie als verslaggever;
    • de ombuds.


    In art. 21.4 van het onderwijs- en examenreglement lees je meer over het onderzoek door de examentuchtcommissie.

  • Examentuchtbeslissing

    Indien de examentuchtcommissie oordeelt dat de examenfraude bewezen is, kan ze één van de volgende sancties opleggen of een combinatie ervan:
    a)    een nul voor het desbetreffende (deel)opleidingsonderdeel;
    b)    een uitsluiting voor de tweede examenperiode voor het desbetreffende (deel)opleidingsonderdeel;
    c)    de student verwerft een nul voor alle (deel)opleidingsonderdelen van de module of het semester waarin het betreffende (deel)examen plaatsvindt;
    d)    de student verwerft een nul voor alle opleidingsonderdelen van de betrokken examenperiode;
    e)    een uitsluiting voor de tweede examenperiode voor alle opleidingsonderdelen waarvoor de student is ingeschreven.

    Indien de student als sanctie een nul voor een opleidingsonderdeel krijgt in de tweede examenperiode, dan kan een hoger examencijfer voor dit opleidingsonderdeel dat in de eerste examenperiode werd behaald, deze 0/20 niet vervangen.

    In geval van zeer ernstige en/of herhaaldelijke examenfraude kan de examentuchtcommissie van oordeel zijn dat uitsluiting uit de opleiding of de hogeschool moet worden opgelegd. In dat geval maakt de examentuchtcommissie het dossier over aan de algemeen directeur. De student wordt hierover schriftelijk  geïnformeerd. De algemeen directeur neemt op basis van het examentuchtdossier een van de volgende sancties:

    • uitsluiting uit de opleiding voor het lopende academiejaar of voor meerdere academiejaren;
    • uitsluiting uit de hogeschool voor het lopende academiejaar of voor meerdere academiejaren;
    • één van de hogerstaande sancties a) t.e.m. e) of een combinatie daarvan.

    De gemotiveerde examentuchtbeslissing wordt via een aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs aan de student meegedeeld. Dit gebeurt binnen een termijn van 14 kalenderdagen na de dag van het horen van de student, of, indien de examentuchtcommissie het dossier heeft overgemaakt aan de algemeen directeur, binnen een termijn van 21 kalenderdagen na de dag van het horen van de student.
    Indien in deze termijn van 14 (of 21) kalenderdagen een vakantieperiode valt, wordt de termijn verlengd met de duur van deze vakantieperiode.

    In art. 21.5 van het onderwijs- en examenreglement lees je meer over de examentuchtbeslissing.